Proactieve Zorgplanning in de ogen van…Michael van der Zel en Anouk Albers

“Hoe zorgen we ervoor dat we niet zoveel concessies doen aan het proces in de techniek, dat een zorgverlener zegt: op deze manier ga ik er niet mee werken?”

Tijdens de Connectathon in maart spraken Michael van der Zel, clinicus-informaticus bij het Universitair Medisch Centrum Groningen, en Anouk Albers, adviseur/projectleider zorginnovatie bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis, over de uitdagingen die komen kijken bij het realiseren van proactieve zorgplanning. Hun verhaal laat zien dat succesvolle gegevensuitwisseling niet alleen draait om techniek, maar vooral om doorzettingsvermogen, samenwerking en het blijven vasthouden aan het gezamenlijke doel.

“Het is denk ik belangrijk om met elkaar te blijven investeren om toch resultaten te boeken. Dat betekent soms ook dat je echt wel vasthoudend moet zijn in het vertegenwoordigen van degenen voor wie je het uiteindelijk doet.”

Bekijk het video interview van Michael en Anouk.

Bouwen aan een oplossing die schaalbaar is

Tijdens de connectathon werkten Michael en Anouk aan een vraagstuk dat voor veel ziekenhuizen relevant is: hoe zorg je ervoor dat een oplossing niet alleen lokaal werkt, maar ook breder toepasbaar wordt? “We proberen vandaag te testen of de manier waarop we de PZP-informatiestandaard op dit moment hebben ingebouwd in EPIC, in twee ziekenhuizen in Nederland, zo kunnen ombouwen dat we deze inrichting mogelijk kunnen maken voor andere EPIC-ziekenhuizen.”

Het uiteindelijke doel is om informatie niet alleen binnen één organisatie beschikbaar te maken. “En daarmee ook de data beschikbaar kunnen stellen voor andere organisaties.”

Werkt het volgens de standaard?

Waar Anouk zich richt op de implementatie en de samenwerking, kijkt Michael vooral naar de technische kwaliteit van de uitwisseling. “Ik probeer de standaarden daarin te checken. Klopt het? Is het zo te bouwen? Voldoet het aan de standaard wat wij uit het EPIC-systeem krijgen en wat moeten we eraan doen?”

Volgens hem zijn standaarden essentieel om ervoor te zorgen dat systemen elkaar daadwerkelijk begrijpen. Zonder die gezamenlijke afspraken blijft uitwisseling afhankelijk van maatwerk en lokale oplossingen. Juist daarom wordt binnen de PZP Coalitie veel aandacht besteed aan het gezamenlijk testen en verbeteren van de informatiestandaard.

De praktijk is weerbarstig

Hoewel de ambitie breed wordt gedeeld, zien Michael en Anouk dat de praktijk vaak complexer is dan vooraf gedacht. “Het is best wel lastig om een regio-oplossing te kiezen waarbij alle instellingen en alle ICT-leveranciers van instellingen op dezelfde manier de informatiestandaard kunnen uitwisselen.”

Iedere regio heeft te maken met verschillende systemen, verschillende leveranciers en verschillende niveaus van digitale volwassenheid. Dat maakt het vinden van een oplossing die voor iedereen werkt uitdagend. Michael ziet dat ook terug in de dagelijkse praktijk. “We wisselen eigenlijk meestal de PZP uit op papier.”

Hoewel er hard gewerkt wordt aan digitale uitwisseling, zijn veel systemen daar nog niet volledig voor ingericht. “Een heleboel systemen zijn daar nog niet voor geschikt of niet geschikt ingericht.”

Techniek mag niet ten koste gaan van de gebruiker

Volgens Anouk zit daar ook een belangrijk spanningsveld. Technisch kan er vaak veel, maar uiteindelijk moet een oplossing ook werkbaar zijn voor zorgverleners. “Hoe zorgen we ervoor dat we niet zoveel concessies doen aan het proces in de techniek, dat het gebruikersgemak zo laag wordt dat een zorgverlener zegt: op deze manier ga ik er niet mee werken.”

Dat vraagt om voortdurende afstemming tussen techniek en praktijk. De juiste keuze is niet altijd de technisch meest elegante oplossing, maar de oplossing die zorgverleners daadwerkelijk helpt in hun dagelijkse werk. “Dat maakt het wel ingewikkeld om de juiste keuzes aan beide tafels te maken.”

PZP verdient een hogere prioriteit

Voor Michael is één ding duidelijk: proactieve zorgplanning moet hoger op de agenda komen te staan. “Het is dus heel erg belangrijk om dit te doen.”

Hij ziet nog te vaak dat PZP in projecten naar de achtergrond verdwijnt, terwijl juist deze informatie belangrijk kan zijn op momenten waarop belangrijke beslissingen moeten worden genomen. “In sommige van onze projecten verschijnt die PZP pas echt zo onderaan de lijst. En dat vind ik gewoon echt heel jammer.”

Volgens hem verdient proactieve zorgplanning een veel prominentere plek binnen de digitale ontwikkeling van de zorg. “Ik denk dat dat niet klopt en niet terecht is.”

De boodschap van Michael van der Zel en Anouk Albers is dan ook duidelijk: technische uitdagingen zullen er altijd zijn, maar juist daarom is het belangrijk om samen te blijven investeren, testen en verbeteren. Alleen dan ontstaat een oplossing die niet alleen technisch werkt, maar ook daadwerkelijk waarde toevoegt voor zorgverleners en patiënten.