“Het kan gewoon niet zo zijn dat er nog steeds cliënten worden gereanimeerd die dat eigenlijk niet meer zouden willen.”
Voor Arenda Jansen, Chief Nursing Information Officer bij IJsselheem, raakt proactieve zorgplanning direct aan de dagelijkse praktijk van de zorg. Het gaat over het voeren van moeilijke gesprekken, het vastleggen van wensen en ervoor zorgen dat zorg aansluit bij wat iemand écht wil. Tijdens de Connectathon in maart zag ze opnieuw hoeveel mensen zich inzetten om dat mogelijk te maken.
“Mijn dagelijkse werk is gewoon in de zorg. Daarom is het altijd een bijzondere wereld om binnen te stappen. Maar ik vond het mooi om te zien hoe gedreven iedereen is om het voor elkaar te krijgen.”
Bekijk de video van Arenda Jansen.
De urgentie is voelbaar
Wat Arenda vooral opviel tijdens de connectathon, was de energie waarmee gesprekken werden gevoerd. Iedereen werkt vanuit dezelfde bedoeling, maar tegelijkertijd voelt iedereen ook de noodzaak om stappen te zetten. “We willen eigenlijk allemaal hetzelfde doel en dat zie je ook terug in de gesprekken.”
Die gesprekken waren soms stevig, merkt ze op. Toch ziet ze dat juist als iets positiefs. “Het was soms best pittig en fel naar elkaar toe. Maar daardoor denk ik ook: het leeft gewoon echt. Iedereen ziet heel erg die bedoeling en voelt ook de druk van tijd.”
Zorg moet vanaf het begin betrokken zijn
Voor Arenda is het belangrijk dat zorgverleners vanaf het begin betrokken zijn bij de ontwikkeling van oplossingen. “Je moet als architecten, als zorgverlener, echt al bij dat architectuurstuk aanwezig zijn. Mee kunnen praten, mee kunnen beslissen in wat het wordt zodat het echt ook gaat landen in de praktijk.”
Volgens haar moet techniek ondersteunend zijn aan het werk van zorgverleners en aansluiten bij wat patiënten nodig hebben. “Dat je straks niet een stuk techniek hebt waar we eigenlijk niks mee kunnen, maar dat het echt bruikbaar wordt voor die patiënt.”
De eerste stappen maken verschil
Dat proactieve zorgplanning steeds concreter wordt, merkt Arenda inmiddels ook binnen haar eigen organisatie. “We zijn nu net drie weken live met een kleine use case waarbij wijkverpleging en huisarts en specialist ouderengeneeskunde elkaars gegevens kunnen zien.”
Misschien nog een kleine stap, maar volgens haar wel een hele belangrijke. “Dat is gewoon heel tof. Dat is al het begin van het stukje. Dus daar kun je ook met elkaar communiceren.”
Successen zorgen voor nieuwe energie
Juist die eerste successen zorgen ervoor dat het onderwerp steeds meer gaat leven bij zorgprofessionals. “Je ziet gewoon dat het dan ook meer gaat leven bij de professionals die denken: oh, als dit kan, dan wil ik ook dit kunnen.”
Volgens Arenda is daarmee de beweging echt gestart. “Het leeft meer, er zijn al successen, maar we willen nog meer.”
Samen bouwen, leren in de praktijk en blijven verbeteren. Volgens haar is dat de enige manier waarop proactieve zorgplanning echt onderdeel wordt van de dagelijkse zorgpraktijk.